donderdag 22 augustus 2013

Wachten tot je gehoord wordt

Ik hou wel van die True Crime tv-programma’s. Vroeger keek ik met rode oortjes naar Peter R. de vries. Maar ook een programma als Ontvoerd doet het goed bij mij. Ben ik aan het zappen en zie ik op een kanaal een programma over seriemoordenaars of over een onopgeloste moord, dan blijk ik negen van de tien keer hangen.

Een enkele keer vind ik het leuk om een boek op dit gebied te lezen. Zo las ik vorige week het boek Wachten tot je gehoord wordt van Amanda Knox. Amanda is een Amerikaanse die een jaar in Italië gaat studeren. Dan wordt haar huisgenote, de Britse Meredith Kercher, vermoord. Als spoedig staan alle kranten vol met berichten dat Amanda en haar vriend achter deze ‘seksmoord’ zitten. Ik kan me nog goed herinneren dat ik dit via de media ook meekreeg. Het nieuws werd als een gegeven gebracht, maar Amanda en haar vriend waren op dat moment nog niet eens veroordeeld.

Tijdens het lezen van het boek is het duidelijk dat Amanda onrecht aan wordt gedaan. Nee, ik ben er nog niet uit of ze schuldig is of niet. Maar dan nog heeft iemand recht op een goed en gedegen onderzoek en een eerlijke rechtszaak. Bij Amanda werd er vanaf het begin aangenomen dat ze schuldig was. Vanuit dat oogpunt is ze onder druk gezet, zijn er onderzoeken gemanipuleerd en zijn er leugens verkondigd. Alles om haar maar veroordeeld te krijgen.

Amanda werd dan ook in de eerste instantie veroordeeld tot 26 jaar cel. Ze zat al vier jaar vast, toen haar advocaten haar in hoger beroep vrij kregen. Zodra ze weer terug in Amerika was, heeft ze een boek over haar zaak geschreven. Ik vond het een heel intrigerend boek. Ik ben echter niet overtuigd van haar onschuld. Daarvoor zijn er teveel dingen die niet aansluiten en daarvoor heeft ze zich te vreemd gedragen.

Als haar vriendin nog maar net dood is en ze op het politiebureau wacht tot ze verhoord wordt, schrijft ze in haar notitieboekje: ‘Ik heb zo’n zin in  pizza! Ik ga onderhand bijna dood van de honger, maar dat mag ik onder deze omstandigheden zeker niet zeggen.’

Op een ander moment, ook op het politiebureau, heeft ze haar benen onder zich gevouwen. Iemand zegt tegen haar dat ze vast erg lenig is. Dat is voor Amanda het moment om een split en een paar radslagen te demonstreren. Niet echt het gedrag van iemand die in de rouw is vanwege de dood van een vriendin.

Haar alibi valt moeilijk te controleren. Amanda en haar vriend zeggen dat ze bij de vriend thuis waren op het moment dat de vriendin overleed. Ze zouden een deel van de ochtend geslapen hebben, maar achteraf is ontdekt dat ze beiden hun mobiele telefoon om 6.00 in de ochtend hebben aangezet. 

De reeks vreemde feiten gaan maar door. Dat ze zich erg vreemd heeft gedragen is een ding wat zeker is. Maar zelf zegt ze dat ze ook een vreemd meisje is. En dat iemand die ‘vreemd’ is geen moordenaar hoeft te zijn. Daar zit zeker wat in.

Er is trouwens nog een derde persoon voor de moord opgepakt. Deze man zit nog vast want aan de hand van DNA is vastgesteld dat hij zeker bij de moord betrokken was. Deze man heeft eerst gezegd dat Amanda en haar vriend niet bij de moord betrokken waren. Later zei hij dat ze er wel bij waren en weer later verklaarde hij tegen een celgenoot dat ze er toch niet bij waren. Nogal wazig dus!

Ondertussen is de zaak van Amanda Knox weer heropend. Het hoger beroep is ongedaan gemaakt omdat er ‘tekortkomingen en tegenstrijdigheden’ zijn vastgesteld. Waarschijnlijk hoeft Amanda zich niet al druk te maken, want de kans is groot dat Amerika haar niet aan Italië zal uitleveren.

Ik vond het een heel interessant boek en ik werd zo meegesleept door het verhaal dat ik het niet weg kon leggen. En nu afwachten of Amanda in september terug gaat naar Italië en of het hele gebeuren nog een staartje krijgt!

vier sterren

woensdag 14 augustus 2013

Klaploper

Wij hadden vroeger buren, dat waren klaplopers eerste klas. Pa en ma hadden al éééuwen een uitkering, maar op de een of andere manier vonden ze toch dat ze met een gerust hart zes kinderen op de wereld konden zetten. We hebben het over de jaren negentig en de arbeidsmarkt lag er wel een beetje anders bij dan nu. Als je echt wilde en verder gezond was, kon je heus wel aan het werk. Maar op de een of andere manier wisten mijn buren er mee weg te komen. Ze brachten hun dagen door met ruziën, wandelen met hun valse herdershonden (waarvan een nog eens een kat van ons doodbeet) en nog meer ruziën.

Goed, helemaal te beroerd om te werken waren ze ook alweer niet. Want zodra de kinderen oud genoeg waren voor een folderwijk, werden ze daarvoor ingeschreven. Pa en ma liepen de folders samen met de kinderen. De kinderen hielden er geen cent aan over want pa en ma incasseerden het geld. Zo samen met hun uitkering en de kinderbijslag hadden ze toch nog een leuk inkomen! Het leven was goed voor ze!

Er zit geen happy ending aan het verhaal, want het gezin is uiteindelijk uiteen gevallen. Ma ging er met een vriend vandoor. De oudsten gingen uit huis en wilden hun ouders niet meer zien. Pa bleef achter met de jongste kinderen. Eerst was hij wat eenzaam, maar daarna besloot hij een leuke Poolse uit de catalogus te bestellen. Gelukkig waren wij tegen die tijd al verhuisd. Maar af en toe kwamen we de beste man tegen en werden we op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen op vrouwengebied. Het liep niet zo heel lekker met de Poolse, dus deze werd weer geloosd. Daarna ging hij weer naarstig op zoek naar de volgende.

Maar goed, hoe kom ik nou op dit alles? Gisteren keek ik weer eens een documentaire. En dit keer keek ik de documentaire ´Foute vrienden´. Ik weet niet of je deze kent, maar het is echt een juweeltje. Verbrande Herman, Rooie Jos, Dikke Bobbie en Jantje worden in deze documentaire 15 jaar (!) lang gevolgd. Het zijn echt Amsterdammers die zeggen waar het op staan. Er is soms te veel drank en drugs in hun leven en als het op financieel gebied niet helemaal lekker loopt, wordt een crimineel uitstapje niet geschuwd. “Maar omaatjes beroven doe ik niet,” zo zegt Verbrande Herman beslist. Je ziet de vier mannen gedurende de docu ouder worden en ook milder. Een van hen overlijdt. Een ander vlucht voor schuldeisers en zwerft door het hele land. Je ziet dat een enkele droom in vervulling gaat, maar vooral heel veel dromen in duigen vallen.

Ondanks mezelf moest ik lachen om het stukje met Dikke Bobbie die bij de Sociale dienst op bezoek gaat en zomaar een baan aangeboden krijgt. Terwijl hij een sjekkie draait (toen kon dat nog gewoon), hoort hij het aanbod aan om het vervolgens nonchalant af te wijzen. Wanteh, dat ging natuurlijk niet met zijn rug, hè? ;)

Verder zijn de kapsels, de kleding en de muziek uit deze docu een heerlijkheid. Ik kom niet uit Amsterdam en hoewel we thuis niet veel geld hadden, leefden wij een totaal ander leven, maar toch had ik steeds een gevoel van herkenning. Ik denk dat ik gewoon het jaren negentiggevoel herkende.

Dikke, dikke Aanrader!

Wil je de documentaire ook bekijken? Klik dan hier.

vijf sterren

donderdag 8 augustus 2013

woensdag 7 augustus 2013

Generatiekloof

Hubby misschien nog wel meer dan ik. Zo kan hij zich absoluut niet bedwingen wanneer een van de vriendjes van onze zoons een broek draagt die ergens halverwege de billen hangt. Want ja, dat is in, hè? Maar tevens is het géén gezicht (vinden wij dan). “Hijs je broek eens op,” zegt man meestal bot. Of: “Ik zie je onderbroek, joh!”  Oudste en jongste zijn wel zo slim om hun broek thuis netjes op te trekken. Het zou me niets verbazen wanneer ook hun vriendjes de boel even flink ophijsen voordat ze hier aanbellen ;) Wat ze buitenshuis doen, weet ik natuurlijk niet, want die afzakkende broek blijft op de een of andere manier trekken. Ha, en dan te bedenken dat er vroeger niets ergers was dan wanneer iemand je onderbroek zag. Dat was echt de ultieme vernedering. Tijden veranderen overduidelijk.

Er zijn wel meer dingen die ik niet helemaal bij kan benen. Zo heeft het best even geduurd voordat ik eraan gewend was dat privacy niet bestaat. Ook niet in dit huis. Nog steeds zeg ik vaak: “Wat zeg je?” Terwijl ze het dan tegen de Playstation hebben. Als ze Engels praten, weet ik meestal wel gelijk dat het niet tegen mij gericht was ;)

Het gebeurt wel eens dat ik vers uit bad kom en in een badjas gewikkeld de kamer van jongste binnenkom om hem te vertellen dat hij nu echt moet slapen. Vanaf de TV kijken een paar vrienden van zoon me dan olijk aan (een of andere constructie met de laptop en de webcam). “Halloooooooo Reginaaaaa!” roepen ze dan enthousiast. Ik wuif als de koningin en sis tegen de jongste dat hij nu echt met slapen. Terwijl ik mijn badjas bij elkaar houd, loop ik de kamer uit.

Nog even terugkomend op de kleding… Ik vind het ook maar raar dat die kinderen een onderbroek onder hun zwembroek dragen. En niet alleen eronder, er moet natuurlijk ook een stuk bovenuit steken. Waarom? WAAROM NOU TOCH? Wie interesseert het wat voor merk onderbroek je draagt? En waarom moet je er mee te koop lopen? Ik snap er oprecht niets van ;) Het Tikibad moest gisteren 2,2 miljoen liter vers water in het zwembad pompen omdat de vervuilingsmeters op tilt waren geslagen. Volgens een woordvoerder van het bad had dit veel te maken met vieze onderbroeken. Ha, zie je wel. Onder een zwembroek hoort geen onderbroek. Het is onzinnig. En het is niet hygiënisch.

Er komt geen onderbroekenverbod in het Tikibad, want dan tast men de privacy van de mensen aan, zegt men daar. Over deze woorden moest ik toch even nadenken. Mag Hubby dan ook niet hard roepen: "Ik zie je ónderbroek, hóór!” Is dat ook een aantasting van de privacy van onze lieve zoontjes en hun vriendjes? Moeten we ons gedrag misschien aanpassen?

*denkt na*

Neh. Doen we niet, hoor. Zoons staan ook nooit stil bij onze privacy. Bovendien zijn wij hier thuis nu eenmaal niet zo subtiel aangelegd. Wij hakken hier met de botte bijl. En ‘so far, so good’ :)

dinsdag 6 augustus 2013

Donald Duck

Oudste slaapt op zolder. Tot nu toe had hij vloerbedekking. Nu er weer iets anders op de vloer moest komen, koos hij voor laminaat. Hubby is erg handig in laminaat leggen, dus  dit was in 1 dag gelegd (met wat hulp van oudste en jongste).

Natuurlijk moest alles vooraf uit de kamer en daarna moest alles er weer in. Een goede gelegenheid om alles nog eens goed te bekijken en de nodige dingen weg te doen. Eigenlijk was dit een zoveelste opruimronde naar de volwassenheid en stiekem, heel stiekem, bloedde mijn moederhart. Eerder gingen de Lego, Powerrangers en Transformers er al uit. En dat leek echt nog niet zo lang geleden. Maar nu mochten zelfs de knuffels, die netjes in een kist lagen opgesloten, niet meer blijven. Na een korte aarzeling zei oudste dat ook de Donald Duck boekjes mochten gaan.

Tja, wat moet je met stapels en stapels Donald Duck boekjes wanneer je zestien bent? Het houdt een keer op, niet? Ik bedacht vrolijk dat ik ze op Marktplaats zou zetten. Misschien zou ik er nog wel wat aan kunnen verdienen, want sommige boekjes waren zo’n 35 jaar oud. In een visioen zag ik de opgewonden emails van verzamelaars. De ene verzamelaar bood me nog meer dan de ander. Het was iets later dan gepland, maar eindelijk zouden we binnenlopen!

Ik besloot de boekjes eerst te sorteren. Alle pockets bij elkaar, de vakantieboeken, de dubbeldikke… Ah, een Kerstvakantieboek! Blijft toch leuk, die boekjes. Ik kan me goed herinneren dat ik als kind ook helemaal op kon gaan in de Donald Duck. Ik was vooral geïntrigeerd door Guus Geluk. Het leek me geweldig om gewoon altijd geluk te hebben. Al moet ik zeggen dat ik ook dol was op onhandige, gekke Goofy.

De brievenrubriek werd ook altijd met grote aandacht gelezen. Ik kon vooral niet begrijpen dat er echt kinderen waren die de moeite namen een brief naar de Donald Duck te schrijven. Nog steeds denk ik dat de brieven gewoon niet echt kunnen zijn ;)

Terwijl ik stapeltjes maakte, werd ik steeds vrolijker. De Donald Duck staat ook voor vrolijkheid. Het is een grote, onschuldige wereld. Een wereld zonder oorlog. Een wereld zonder politiek. Ja, er is een burgemeester, maar daar houdt het dan ook wel mee op. Kinderen gaan naar scouting of schudden hun spaarpot leeg om voor een dubbeltje een ijsje te kopen. De enige slechte mensen zijn De Zware Jongens (of ménsen…wat zijn het, honden?), maar ach, die doen niet veel meer dan met een zak over de schouder rondrennen en plannen beramen die stuk voor stuk mislukken.

Ineens drong het tot me door: ik wilde de boekjes helemaal niet kwijt. Ik wilde ze gewoon houden!  “Goed plan,” zei Hubby verheugd toen ik dit met hem overlegde. “Ik had ze nog niet allemaal uit.”

Dus nu staan er een paar kratten Donald Duckjes op de overloop. Normaal gesproken gooi ik alles met het grootste gemak weg, maar van deze boekjes kon ik geen afscheid nemen. Ik baal er niet van, o nee, ik ben juist intens tevreden. Ergens in mijn hoofd heeft zich een plannetje genesteld. Het plan is om me een dag volledig over te geven aan het lezen van de boekjes. Ik, onder een parasol in de tuin, met stapels Donald Duck boekjes. Een hele dag lezen over Donald, Guus Geluk, de neefjes, Dagobert Duck en Goofy. En voor het extra nostalgische gevoel met een glas limonadesiroop binnen handbereik.

Klinkt als de volmaakte guilty pleasure :)

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...